Onze voedselketen is rot

Mijn schoonvader is biologisch fruitteler. Ik zie hem met argusogen kijken als zijn oogst tien keer duurder in de winkel ligt als zijn eigen verkoopprijs. Krijgt hij 3 euro per kilo dan ligt het zomaar voor 3 euro per 100 gram in de supermarkt.

Toch hoeft hij, net zoals de meeste boeren, niet te klagen over zijn inkomsten. Zo’n 20% van de boeren is miljonair. Ze hoeven niet zoveel te klagen, maar toch lijkt dit wel de nationale sport. Te veel regels vanuit de overheid, zeurende milieubewegingen, uitgeknepen door supermarkten en inkooporganisaties.

Ik heb ongeveer 10 jaar voor een supermarkt gewerkt en aan die kant is het niet anders. De marges zijn dun, de concurrentie is hevig en de leveranciers zijn lastig. Dan zijn er nog al die overheidsregels en de hoge personeelskosten. Net als de boeren lijkt er veel zelfmedelijden te zijn met de zware omstandigheden waarin ze verkeren. Ook in de levensmiddelenbranche wordt natuurlijk een hoop geld verdiend. Niet voor niets staan een hoop supermarkteigenaren in de Quote-500.

Voor producenten als Unilever en Nestlé en logistieke dienstverleners gelden soort gelijke verhalen. En ook hier geldt dat overal in de supply-chain wel een of meerdere graantjes worden verdiend. Misschien dat plukkers, vrachtwagenchauffeurs en vakkenvullers niet zo veel verdienen, maar gek genoeg zie je hen weinig klagen. Zij hebben vaak een bescheiden stem. Zodra de DC-medewerkers bij Albert Heijn gingen staken werden ze al snel vervangen door wat uitzendkrachten. Uiteindelijk worden ze toch wel weggeautomatiseerd.

Boeren blokkeren rustig de snelwegen, producenten lobbyen bij de politiek en supermarkten hebben ruzie met hun leveranciers. Degene met het meeste macht en geld hebben het hoogste woord.

Niet alleen is alles gericht op omzet (massa=kassa) en op winstmaximalisatie, maar het gaat in de voedselketen om de stabiliteit van hun inkomsten. Juist vanuit dit perspectief is de voedselketen rot.

Hebben we dan echt voor elk product een Keuringsdienst van Waarde programma nodig om te zien hoe de vork in de steel zit. Vanuit de verpakking zien we altijd dieren vrolijk door de weide dartelen met een rustieke boerderij op de achtergrond.

En als we terugkeren naar de fruitteelt onlangs nog de misstanden in de tomatenteelt in Europa.

De bedrijven zouden de mens moet dienen en niet andersom. Hieraan is niemand schuldig en tegelijkertijd iedereen. Een ander tegeltjeswijsheid:

Consumenten willen het liefst een vaste kwaliteit (A-Kwaliteit) van het voedsel. Een boer gebruikt daarom pesticiden om dit te garanderen (en zijn eigen inkomsten natuurlijk). Leveranciers zoeken ook naar vaste kwaliteit en bereiken dit meestal met verwerkt voedsel. Ze veranderen de samenstelling, bijvoorbeeld door toevoeging van suiker en zout en merken dan dat de omzet omhoog gaat. Ook supermarkten werken hier vrolijk aan mee, vooral in Nederland met allemaal kleine supermarkten (waardoor meerdere keren per week boodschappen). Supermarkten vol met snoep, snacks en frisdrank (waardoor impulsaankopen) en gemaksproducten die weinig voorbereiding nodig hebben, maar niet al te gezond zijn.

Al deze zaken leiden tot perverse impulsen. Soms wordt er aangegeven dat de ‘schuld’ daarvan bij de consument ligt. De voedselketen is toch zo ingericht om de behoeften van consumenten te vervullen en producten met lage prijzen te leveren. Deze kritiek is enigszins terecht. Neem bijvoorbeeld biologische producten. Mijn schoonvader gelooft in biologische teelt. Echter is er nog steeds prijsdruk van de niet biologische teelt, daarnaast wordt ook een vaste kwaliteit verwacht. Als er bijvoorbeeld schimmel op zijn fruit komt, zal niemand dit nog afnemen. Zijn oogst is verloren en hij krijgt niets gecompenseerd. Het systeem drukt hem dus snel weer de andere kant op. Is hij dan slecht, of het systeem slecht? Het laatste, echter alleen het eerste kan het laatste veranderen.

Mijn eenduidige ervaring met boeren, producenten en retailers is dat ze alle een enorme passie voor hun vak hebben. Ze zijn zeker niet slecht, niet als individu of zelfs als bedrijf. Ze hebben vaak oog voor veranderingen in de maatschappij.

De supermarkt heeft er dus geen enkele moeite mee om meer biologische producten in de schappen te leggen. Ook promoten ze deze producten graag, al is alleen maar voor het eigen imago. Echter als niemand biologische producten koopt, moeten ze worden weggegooid en past de supermarkt zijn assortiment weer aan. Leuk geprobeerd.

Echter om de consument als enige drijvende kracht te beschouwen is niet helemaal eerlijk. Consumenten zijn aan het eind van de keten net zo gevangen als alle schakels ervoor. Die schakels vormen een ketting waar mee we ons zelf gevangen houden. Dit brengt ons tot de situatie waarin van vandaag de dag zijn beland. Zaken als het stikstofprobleem, problemen in slachthuizen, klimaatverandering, overgewicht en andere gezondheidsproblemen. Problemen die in tijden extremen, zoals het warme weer of de Coronacrisis steeds zwaarder wegen.

De Coronacrisis is het voorbeeld van de keten op zijn best en het slechts. Consumenten die gingen hamsteren en massaal toiletpapier kochten. Supermarkten en leveranciers die alle zeilen bij zetten om de supply-chain in stand te houden. De eerst levensbehoeften zijn niet in gevaar geweest. Een knappe prestatie.

Echter bescheiden zijn de supermarkten en leveranciers hier niet over geweest. Ze klopten zichzelf op de borst dat de consument nog steeds goed bediend kon worden. Het personeel liep wel gevaar, maar ja de supermarkt en de fabrieken moesten openblijven om “de basisbehoeften van mensen te voorzien”. Basisbehoefte? Is toiletpapier een basisbehoefte? Is snoep een basisbehoefte?

Legden de supermarkten zich echt toe op die primaire behoeften? Terwijl veel branches, zoals de horeca, reisbranche, toeristenbranche, entertainment en restaurants sloten, mochten zij gewoon open blijven. Plexiglas voor de kassa en verder business as usual.

De corona was voor de supermarkten dus helemaal geen tijd om zich te richten op de basisbehoeften, maar vooral een kans om de omzet te verhogen. De reclames voor uitgebreide paasinkopen op de televisie waren daar een goed voorbeeld van. Persvoorlichters lieten de kans niet ontgaan om aan te geven dat “de consument thuis meer behoefte heeft aan luxe producten en om lekker thuis uitgebreid te koken, nu ze niet meer naar restaurants konden gaan”. Dit is typisch voor supermarkten, zodra er meer omzet kan worden gehaald wordt de volle vaart er in gezet. Maar als ze daadwerkelijk overgewicht moeten aanpakken (één van de oorzaken van de vele doden tijdens de Coronacrisis) dan geven ze niet thuis. Als ze rookwaren daadwerkelijk uit het assortiment kunnen halen dan is de angst voor omzetverlies toch groter.

Er is geen enkele supermarkt met een consequent duurzaam en gezondheidsbeleid. Alle doen wel wat en de ene supermarkt is goed hierin en de andere daar in, maar iedereen is bang om in de marge te geraken als een soort Ekoplaza. Het verduurzamen en gezonder maken van de voedselketen is een moeizaam proces. Soms doet de consument een stapje naar voren, soms de overheid, soms de supermarkt en soms
de producenten. En soms doen ze allemaal weer een stapje terug…

Durven we samen de ketting te breken?

--

--

--

Blogs on tech & society.

Love podcasts or audiobooks? Learn on the go with our new app.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store
ski n

ski n

Blogs on tech & society.

More from Medium

Ekphrasis Assignment

A metaphor for the gerontocracy

2007 mercedes-benz c240

The World of Inoooo